Zoeken in deze blog

woensdag 10 augustus 2016

Kudde of gemeenschap


 


I
De Deense filosoof Søren Kierkegaard beweerde:
“Het belangrijkste in een werkelijke gemeenschap is dat iedereen daarin enkeling durft te zijn.”
Dat lijkt eenvoudiger dan het is, want de mens is van nature een kuddedier. Er is moed voor nodig om als eenling de kudde te verlaten.
Wie durft – wanneer er bijvoorbeeld een collega wordt gepest- op te staan en de pesters een halt toe te roepen?
Wie durft zijn angst te overwinnen en af te wijken van de heersende mode?
Toch kan een gemeenschap alleen maar sterk zijn als ze bestaat uit krachtige autonome individuen. Dan geldt de wet: het geheel is meer dan de som der delen.
Zo’n groep is ook in staat zwakke en dolende schapen te beschermen.


 
Geplaatst op 120w
II
“Menigte betekent onwaarheid,” schreef de filosoof Søren Kierkegaard. Anders gezegd: “Om de waarheid te ontdekken wordt vereist: afzijdigheid van de kudde.” 
Voortgedreven door de kudde kan het schaap zijn eigen geblaat niet meer onderscheiden van de rest. Als het schaap de kudde verlaat, moet het eerst wennen aan zijn unieke stemgeluid. Als de bescherming van de kudde ontbreekt, is het koud en eenzaam.
Maar de zoektocht naar grazige weiden en stille wateren wordt ruimschoots beloond.
Het schaap voelt zich bevrijd van het luide, eentonige geblaat van de groep.

Dan rest het verlangen de kudde weer op te zoeken. En te hopen dat er meer schapen hun eigen weg hebben gevonden.
In de veelkleurige gemeenschap is er aandacht voor de enkeling.






 https://120w.nl/2016/kudde-of-gemeenschap-2/
Foto Marion van der Bijl

zondag 7 augustus 2016

Carpe Diem





Op een dag in augustus kwamen de zon de regen elkaar tegen.
“Kijk eens, wat een prachtige regenboog,” zeiden de mensen.
De zeven kleuren glimlachten.
“Stel,” verzuchtte Indigo, “dat we een deel van onze kleuren zouden uitstrooien over de aarde. We hebben meer dan genoeg.”
De andere kleuren knikten instemmend en zo gebeurde het. 

Sofia zag het het eerst: plotseling kleurde de grijze rots rood. De golven van de zee kleurden oranje. De vrouw die haar witte lakens ophing, zag dat ze geel, groen, blauw en violet kleurden.
“Hoe kan dit?” riep ze.
Grauwe straten veranderden in een feestelijk kleurenpalet.
“Laten we muziek maken en dansen, nu het nog kan.”
En ze plukten de dag uitbundig tot de avond viel.

https://120w.nl/2016/carpe-diem-2/

vrijdag 5 augustus 2016

Het meisje op de rots




 
Niemand wist hoelang het meisje er al zat. Ik zag haar voor het eerst op een zaterdag in mei. Ze droeg een rode jas en had de capuchon over haar hoofd getrokken.
De golven hadden schuimkoppen en sloegen tegen de rots waarop ze zat. De regen striemde in haar gezicht. Mensen hadden naar haar geroepen, maar ze antwoordde niet.
Men begon te wennen aan haar aanwezigheid. Elke avond als de schemer intrad, ging ze weg om de volgende morgen terug te keren.
Het werd zomer, herfst, winter en nog steeds zat ze er. 


Op een lentemorgen is haar plek plotseling leeg. Ik voel een vreemd soort gemis.
Wie beschermt me voortaan tegen weer en wind en kijkt voorbij de horizon?


Geplaatst op 120w bij weekthema Rots 01-08-2016

donderdag 4 augustus 2016

Skippybal




Op een bloedhete dag
in augustus
wiebelde mijn oma
op een watermeloen
terwijl mijn opa
meewarig hoofdschuddend toekeek
en ik dacht met weemoed
terug
aan mijn rode skippybal
die ik verloor
toen ik vijf was
waardoor verdriet mijn leven
zo geniepig binnensloop
dat ik me voornam:

later, als ik groot ben
koop ik
een miljoen rode skippyballen,
zodat verdriet geen kans meer heeft
maar nog steeds wiebelt mijn oma
op een watermeloen

Geplaatst op SchrijvenOnline bij wekelijkse opdracht #106

donderdag 28 juli 2016

Een glimp van de eeuwigheid



Franciscus preekt voor de vogels
Meester van St. Franciscus (circa 1236)
Assisi – Benedenbasiliek

Een zomer die ik niet gauw vergeet. We boekten een plek op een camping in Assisi. Ik had me goed voorbereid door "Een man uit het dal van Spoleto" over Franciscus te lezen. Door mijn hoofd speelden de klanken van zijn 'Zonnelied': "broeder zon, zuster maan, zuster aarde, zuster water."
Het zou een tijd van contemplatie worden na een hectisch jaar.
De camping was prachtig, een oase van rust. In de vroege avond de klanken van gitaarmuziek en gezang van pelgrims. Vogelgezang alom.  Totdat 's avonds bleek dat er naast de camping een discotheek was gelegen. De bassen dreunden; de stilte werd wreed verstoord. En zo ging het ook de volgende avond. Er restte niets anders dan een lange wandeling te maken en de stilte op te zoeken. Het begon te schemeren.
Naast het voetpad liep een greppel, weet ik nu. Een misstap, de pijn, de ziekenauto, de lange nacht in het ziekenhuis van Perugia, de knappe Italiaanse man die luidkeels schreeuwde om zijn moeder ...

Het was bloedheet, maar zwemmen was er met een arm in het gips niet bij. Langs de tent trokken de overige gasten in zwemkleding voorbij op zoek naar verkoeling in het zwembad. Ik werd het publieke aanspreekpunt en het voorwerp van medelijden. Als de stoet voorbijgetrokken was, had ik de camping voor mij alleen.
Opeens stond ze voor me: een kleine vogel. Ze sperde haar bekje open en zong.
Op dat moment kwamen ze aanvliegen van alle kanten: een bonte stoet van vogels. Ze braken uit in jubelzangen. Een van hen streek neer op mijn gipsarm.
"Dierbare zustertjes," kon ik alleen maar fluisteren, in navolging van Franciscus.
Ze verdwenen even plotseling als ze waren gekomen.
Een glimp van de eeuwigheid was even neergestreken in de tijd.

woensdag 27 juli 2016

Later (versie 2)



Ik keer terug
naar de boom
van mijn jeugd
met mijn handen
woel ik in de aarde
en stuit op een schat

Ooit begroeven we een munt
voor later
en we kerfden onze namen
in de stam
van de kastanjeboom
Wij fietsten dagelijks samen
naar de Oranjeschool
Heeft hij zich verslapen
vroeg de meester
als ik te laat kwam
Op het grasveld vroeg je me
zullen we later trouwen
Ja ja dat wil ik
en vier kinderen erbij
we plukten madeliefjes
Op een dag kwam zij
met haar lange blonde haren
drie is teveel zei ik nog
maar jij nam haar mee
naar onze boom
de madeliefjes in het gras
verwelkten
maar nog steeds staan
onze namen
In de stam

Buitengesloten

I
Beste Lilian,
 
Ik heb begrepen dat je kwaad op me bent. Zó kwaad dat je me niet meer wilt zien. Ik benader je nu maar per brief. Je voelt je buitengesloten; wij zouden “in conclaaf” zijn gegaan om achter je rug om iets te bedisselen. Niets is minder waar. Uiteindelijk besloten we weliswaar dat er voor jouw werkzaamheden geen plaats meer is in ons bedrijf, maar dat kun je ons niet kwalijk nemen. Het zijn de omstandigheden die ons hiertoe noopten. Er was uiterste concentratie voor nodig om de juiste keuze te maken.
Wees blij dat je kunt stoppen met nutteloos werk. Trek het je niet persoonlijk aan. We plannen nog wel een datum voor een afscheidsetentje.
Vriendelijke groet,

Bart


II
Beste Bart,

“Dank voor de uitleg. Ik heb alle begrip voor de uitkomst van de besloten vergadering en ga graag in op je uitnodiging voor een afscheidsetentje.”
Dacht je nu werkelijk dat ik een dergelijke reactie zou schrijven op die schijnheilige brief van je? De schaamteloosheid waarmee jij bepaalt wat voor mij goed is, gaat alle perken te buiten. Al zou je me op je knieën smeken om terug te komen; er is maar één kort antwoord: nee.
Dat neerbuigende toontje van je ben ik meer dan zat. Durf dan gewoon voluit een hufter te zijn en doe er geen stroperig sausje overheen.
Nu is het mijn tijd in conclaaf te gaan. Mijn deuren gaan voorgoed voor jou dicht.


Gegroet

III
“Geweldig, Lilian, zoals je die vent van repliek hebt gediend,” zei de een.
“Je bent een sterke vrouw,” zei de ander.
“Je verdient iets beters,” riep men in koor,


Na de opluchting en het voldane gevoel is de stilte. Af en toe branden de tranen, maar mijn wangen blijven droog. In de nacht trekken de beelden aan me voorbij van de afgelopen jaren: de spelletjes die ze speelden; het gefluister bij het koffiezetapparaat, de blikken …
Hoe kon ik zo blind zijn dat ik het niet heb zien aankomen? Wat ben ik naïef en goed van vertrouwen geweest.
Ooit zal ik opveren; deze korte brief is voor mezelf:


Lieve Lilian,
Jij hebt je integriteit bewaard.
Dat is het belangrijkste.
Hoofd omhoog!


Geschreven op 120w bij weekthema "Conclaaf"