Mijn oma, rood van inspanning, genoot met volle teugen.

- 19 november 2015
- Geplaatst op 120w weekwinnaar bij het thema Zeep


Ze stift zorgvuldig haar lippen. Lang staat ze voor haar kledingkast om uiteindelijk voor een strakke rode jurk te kiezen. De schoenen met naaldhakken passen er perfect bij. Een peperdure jas maakt het geheel af.
Ze sluit de deur, laat haar sleutels in de brievenbus achter en ze loopt naar buiten. Nog eenmaal kijkt ze om.
Dan staat hij voor haar.
“Ik heb het altijd al geweten, dat ik je zou ontmoeten. Ik heb niet tevergeefs gewacht.”
“Wie ben je?”
“Ik ben die ik ben.”
Haar gezicht kleurt langzaam rood, terwijl zij hem in de ogen kijkt.
“Ik weet, dat ook jíj op mij hebt gewacht. Kom, laten we gaan.”
Ik kijk ze na: mijn ogen vullen zich met tranen.
De deur gaat open. Een stem snerpt door de stille kamer: “Moeder, wat doe je nú? Alles is drijfnat en de vloer ligt vol met aarde. Ik had de planten toch vanmorgen al water gegeven.”
Ze buigt beschaamd haar hoofd. Haar ogen vullen zich met tranen.
Terrwijl ze opstijgt, hoort ze het geluid van wegebbend geween. Een laatste blik naar beneden: ze ziet, hoe de familie rondom haar bed opstaat, elkaar omarmt en wegloopt.
En dan drapeert het wolkendek zich als een deken om haar heen. Kou deert haar niet meer.
Ze zweeft verder omhoog, een tocht naar het Oneindige.
“Ooit zullen we elkaar weerzien”, had hij gezegd, toen hij in haar armen stierf. Wanhopig had ze zich aan hem vastgeklemd: “Nee, blijf.”
Hij ging en zij bleef achter.
De stilte was oorverdovend, de tijd kroop …
Ze spreidt haar vleugels uit op weg naar het Licht in de verte.
“Ik kom eraan, lief; nog heel even en ik ben bij je.”
Zijn gezicht lacht haar toe.