Zoeken in deze blog

zondag 29 november 2015

Wachten (2)

Ze stift zorgvuldig haar lippen. Lang staat ze voor haar kledingkast om uiteindelijk voor een strakke rode jurk te kiezen. De schoenen met naaldhakken passen er perfect bij. Een peperdure jas maakt het geheel af.
Ze sluit de deur, laat haar sleutels in de brievenbus achter en ze loopt naar buiten. Nog eenmaal kijkt ze om.

Dan staat hij voor haar.
“Ik heb het altijd al geweten, dat ik je zou ontmoeten. Ik heb niet tevergeefs gewacht.”
“Wie ben je?”
“Ik ben die ik ben.”
Haar gezicht kleurt langzaam rood, terwijl zij hem in de ogen kijkt.
“Ik weet, dat ook jíj op mij hebt gewacht. Kom, laten we gaan.”

Ik kijk ze na: mijn ogen vullen zich met tranen.

dinsdag 22 september 2015

Afgang

Ze schuifelt door de kamer met in haar hand een gieter. De planten heeft ze op tafel bij elkaar gezet. Zorgvuldig geeft ze elke plant water. Daarna gaat ze zitten in haar vertrouwde leunstoel. Moe en voldaan valt ze in slaap.Als ze na een kwartier wakker wordt, pakt ze als eerste de gieter en geeft de planten water. Ze streelt het bladgroen, spreekt met de bloemen. Op haar gezicht een glimlach van geluk.

De deur gaat open. Een stem snerpt door de stille kamer: “Moeder, wat doe je nú? Alles is drijfnat en de vloer ligt vol met aarde. Ik had de planten toch vanmorgen al water gegeven.”
Ze buigt beschaamd haar hoofd. Haar ogen vullen zich met tranen.


maandag 7 september 2015

Nog één keer

Aan het einde van een zwoele dag zaten ze zwijgend onder de pergola. Een late merel zong het hoogste lied. De lucht kleurde langzaam rood en daarna begon het te schemeren.
“Zullen we nog één keer het glas heffen?”
Hij pakte de twee glazen rode wijn, die voor hen op het tafeltje stonden en gaf er een aan haar.
Haar fragiele handen beefden en het kostte haar zichtbaar moeite het glas vast te houden.
“Kom, ik help je wel.” Hij hield het glas voor haar mond en ze nam een slok.
“Nu jij.”
Hij pakte haar hand en zo bleven ze een tijd zitten.
“Willen we dit echt …?”
Hij knikte en ze dronken de glazen tot de laatste druppel leeg.


Geplaatst op 120w
Week 36 Themawoord Pergola
Weekwinnaar

vrijdag 19 juni 2015

Hemels weerzien

Terrwijl ze opstijgt, hoort ze het geluid van wegebbend geween. Een laatste blik naar beneden: ze ziet, hoe de familie rondom haar bed opstaat, elkaar omarmt en wegloopt.
En dan drapeert het wolkendek zich als een deken om haar heen. Kou deert haar niet meer.
Ze zweeft verder omhoog, een tocht naar het Oneindige. 

“Ooit zullen we elkaar weerzien”, had hij gezegd, toen hij in haar armen stierf. Wanhopig had ze zich aan hem vastgeklemd: “Nee, blijf.”
Hij ging en zij bleef achter.
De stilte was oorverdovend, de tijd kroop …

Ze spreidt haar vleugels uit op weg naar het Licht in de verte.
“Ik kom eraan, lief; nog heel even en ik ben bij je.”
Zijn gezicht lacht haar toe.

dinsdag 5 mei 2015

Wachten

Een zacht briesje strijkt over haar gezicht.
De milde meiregen laat druppels achter, zodat haar huid een mooie glans krijgt.
Zij wacht, maar Hij verschijnt niet.

De storm steekt op. Een windvlaag doet haar haren wapperen. Hagel striemt haar huid, die langzaam rood kleurt. De kou trekt in haar botten. Roerloos blijft ze wachten, maar Hij verschijnt niet.

Het wordt donker. In de stilte van de nacht staart ze voor zich uit. Ze waakt en wacht, maar Hij verschijnt niet.

De morgenzon verwarmt haar en streelt haar huid. Een plotseling geruis in de struiken doorbreekt de stilte. “Ik ben", fluistert Hij  zo zacht, dat alleen zíj het kan horen. 

Het wordt weer stil. Hij is voorbijgegaan.
Zij richt zich op. 

vrijdag 20 februari 2015

Genieten


Ik loop op straat en ga regelrecht op mijn doel af. Onwennig open ik de deur van de winkel, die ik, normaal gesproken, snel voorbijloop. De weeïge geur overvalt me. Een man met een vette pens, glad gestreken haar en een bijbehorende zelfingenomen glimlach bestelt een lillende, glibberige substantie die me doet walgen. Daarna vraagt een spichtige dame, die een geur verspreidt van een dure penetrante parfum, om een onsje magere, vooral dungesneden ...

"U hoeft niets te zeggen, mevrouw, ik weet wat u wilt hebben. Hetzelfde als altijd maar weer? ...


Mijn gedachten dwalen af; de rij is nog lang. Wat heeft me bewogen om ze juist vandaag uit te nodigen? Ik heb het prima voor elkaar. Eindelijk kan ik leven, zoals ík dat wil. Vooral eten wat ik lekker en gezond vind. Ik zie de kamer van vroeger weer voor me met de gedekte tafel, waar mijn ouders, broers, zusters en ik gezamenlijk de maaltijd gebruikten. De volle borden, de vette jus, de ballen, de eeuwige ballen. De voldane lach van mijn vader. "Uit eigen winkel, lekker vers." zei hij steevast. "Dat is nog eens genieten; wat hebben we het goed." Het vet droop langs zijn mond. Op zijn overhemd zaten altijd vlekken.

Toen ik afstudeerde zaten mijn ouders vol trots op de eerste rij. Mijn vader had speciaal een pak gehuurd voor deze gelegenheid. Onder zijn colbert droeg hij wel zijn eigen gevlekte overhemd. Tijdens het diner knoopte hij het damasten servet om zijn hals. Het bleef vetvrij.


"Wat mag het zijn, mevrouw?"

"Eh, geeft u me maar een pond van die rode, zelfgemalen, gekruide sliertjes. Ze mogen vet zijn."

"Prima keus, mevrouw, dat hoor ik niet vaak meer tegenwoordig. Geniet ervan."

woensdag 18 februari 2015

Naar huis

Zij strijkt hem zachtjes over zijn kruin. “Hoe gaat het, lieverd?”
“Goed hoor, maar ik ben moe en wil naar huis.”
“Je bent al thuis.”
Hij kijkt haar alleen maar aan. Zijn handen bewegen onrustig, alsof hij iets wil pakken.
“Zal ik nog een kopje koffie voor je maken?”
“Nee, ik wil liever thuis koffie drinken. Zullen we dan maar gaan?”
“Zal ik je voorlezen?”
Ze pakt De Avonden van Gerard Reve en begint te lezen. Het boek is beduimeld en valt bijna uit elkaar. “Hoeiboei, de kachel …”, leest ze.
“Ik wil naar onze eigen kachel.”

De verzorgster komt binnen met een dienblad.
“Alstublieft meneer, uw warme maaltijd.”
“Mevrouw, ik denk dat het beter is, als u nu naar huis gaat.”