Zoeken in deze blog

zondag 8 februari 2015

Vleugels

Hoort hij iets in het struikgewas of verbeeldt hij het zich maar? De man probeert zich op te richten; dat lukt maar ten dele. Hij voelt een vlammende pijn in zijn schouder en zakt terug op de grond.
Hij ruikt de geuren van rottende bladeren en paddestoelen.
Hoe is hij hier terechtgekomen? Flarden van herinneringen komen naar boven …
De eindeloze tocht, de honger, de dorst, de felle pijn en tenslotte helemaal niets meer voelen. Één zijn met de zwarte aarde.

Hij schrikt op van een geluid, dat steeds dichterbij komt: een trippelende vogel, een muis? Hij opent zijn ogen en ziet een roodborstje naast hem: heel klein, heel teer, maar niet vleugellam. De vogel vliegt weg; hij kijkt haar na.

Pechvogels

“We hebben gewoon pech, domme pech.”
“Wát nou pech, dit is oneerlijk, geméén.”
“Kom op zeg, doe eens even normaal.”
“Als jij de vorige maand niet zo dom was geweest ons abonnement op te zeggen …”
“Áls, áls, jij hebt makkelijk praten; je was het er zelf mee eens.”
“Nou, ik aarzelde nog en jij dramde maar door.”
“Ja, wat wil je, we speelden al jaren mee en hebben nooit iets gewonnen. We zouden voortaan het geld opzij leggen, weet je nog, en sparen voor een droomreis.”
“En nu kan onze hele straat op droomreis, omdat hier de PostcodeKanjer is gevallen.”
“Maak je niet zo druk, wij krijgen straks, als alle buren naar hun droomhuis zijn vertrokken de hoofdprijs: nieuwe buren.”

donderdag 29 januari 2015

Graankorrel


Een kerkhof op een koude, natte novemberdag. Een klein groepje mensen, kleumend bij een open graf en de stem van de voorganger die spreekt:

“Ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.”

Troostend wijst hij op de eeuwige kringloop van alles wat leeft, groeit en bloeit.
De gesproken woorden dringen nauwelijks door tot de kersverse weduwnaar. Graan en vruchten, dat is mooi. Maar wie zal zijn boterham smeren, wie zal voortaan zijn sinaasappel pellen?

“Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.”

Hij ziet haar voor zich, zwaaiend met haar stofdoek, die hij verfoeide.
Vanaf nu dwarrelt het stof voor eeuwig neer.

vrijdag 26 december 2014

Welkom kleine Rosa

Mijn dochter had een wonderbuik, negen maanden lang. Zij bolde prachtig op. Haar gezicht straalde, haar ogen glansden.
Trots als een pauw liep ze met haar buik naar voren. De mensen op straat lachten haar toe en keken om.

Op de vroege zondagmorgen voor kerst braken de vliezen en baarde zij haar eerstgeboren dochter. Ze noemde haar Rosa; ze omarmde haar teder en liefdevol, toen ze op haar warme buik werd gelegd.

En na vijf dagen legde ze Rosa in haar reiswiegje en wikkelde haar in een wollen deken op weg naar haar eerste kerstfeest. De wind en de koude deerden haar niet. Er wachtte Rosa en haar moeder een warm welkom in de herberg van haar kersverse, gelukkige grootouders.

Berkensessie


Vele blote lijven zitten dicht opeengepakt in een grote kring. In het midden staat een vrouw, gekleed in een kort zwart jurkje. Ze zwaait met berkentakken, die ze eerst in heet water doopt. De takken verspreiden een aangename geur. De sauna wordt steeds heter.
“Daal in jezelf. Laat alles los, adem diep en laat je onderbuik maar hangen, hier mág het.”

Dan stopt de berkenvrouw met takken zwaaien. “Wie durft?” vraagt ze. Een vrouw met een bleek muizengezichtje roept: “Ik wil wel.”
“Maaike, wat fíjn!” Ze zwiept de talken in een ritmische beweging boven de rug van Maaike.

“Jullie waren een fantastische groep, ik voelde, dat jullie je helemaal lieten meevoeren op het ritme van de berkentakken. Dánk jullie wel.”

dinsdag 9 december 2014

Eindeloos

“Ik zou nog één keer willen zien hoe de zon ondergaat”, zei je, toen je wist dat het einde nabij was. “Nog één keer samen met jou op het strand lopen en kijken, hoe de rode zon wordt weerspiegeld in de zee.” Ik begreep je wens: je kon intens genieten van het uitzicht. Deze zomer nog rende je als een blij kind vol levenslust over het strand. Uren kon je kijken naar het spel van de golven.

“We moeten snel gaan, vóór het te laat is”, zei je. En ook dát begreep ik. Je keek me aan; ik wist dat woorden overbodig waren.

We gingen, we zaten, we zwegen. De tijd leek eindeloos. De zon nam op schitterende wijze afscheid.

Geplaatst op 120w bij thema  'Uitzicht' week 50








Morgenglans

De dag danst haar tegemoet.
“Dag, nieuwe dag, wat ben je vrolijk! Ik dans met je mee.”
Samen dansen ze door dorpen en steden. Ze zien, hoe deuren opengaan en hoe de straten volstromen met mensen op weg naar hun werk.
Ze dansen langs velden, wegen en weilanden. Ze zien hoe kalme koeien loom staren in het luchtledige.


Ze houden stil bij een brug, waaronder een zwerver ligt. “Word wakker, dans met ons mee.” Hij zwijgt; voor hem is de tijd van dansen voorgoed voorbij.
Ze dansen voort tot ze niet meer kunnen.

En als de avond valt, nemen ze afscheid. Dan volgt het onvermijdelijke duister en het wachten op de dans macabre van de nacht. Morgen weer een dag.


Geplaatst op 120w bij thema 'Luchtledig' week 49